Opinie over hoger onderwijs in de HSK-Win


Stop het marktdenken in het hbo
Een geluid tegen de leerfabriek

(plaatje van: http://www.nvregiovenlo.nl/go/121)

Door het marktdenken in het hoger onderwijs verworden hogescholen tot instellingen waar slechts studiepunten gehaald kunnen worden. Wat blijft er over van de maatschappelijke taak om studenten breed op te leiden en om studenten te begeleiden naar geëngageerde burgers?

Door Erwin Bromlewe

De huidige regering zet de economisering van het hoger onderwijs ongestoord voort. Tijdens het doceren is dat zeer merkbaar, en toch blijven de docenten oorverdovend stil. Het wordt tijd dat het hoger onderwijs zich gaat verzetten tegen deze negatieve ontwikkeling en het overheidsbeleid slechts als randvoorwaarden ziet. Niets staat in de weg aan eigenzinnige keuzes voor een breder opleidingsprofiel.

Dat vraagt toewijding van docenten en overhead. Ik meen dat de aanstaande profilering uitstekende kansen biedt voor Windesheim om zich te onderscheiden als een organisatie met veel visie op haar maatschappelijke taak. Maar daarvoor is het nodig dat buiten de dwingende economische denkstructuur wordt gekeken. Een sterk profiel kan Windesheim een voorsprong in kwaliteit in visie geven en kan andere hogescholen inspireren. Windesheim kan bijvoorbeeld een voortrekkersrol nemen in het breed blijven opleiden van studenten, opleidingen niet slechts beoordelen op het accreditatierapport en meer middelen vrijmaken om van de campus weer een inspirerende, intellectuele omgeving te maken. Ik zal mijn visie hieronder toelichten:

De economische omstandigheden zijn bekend: de affaire Inholland zorgde voor verscherpte accreditatieprocedures en dus meer focus op toetsplannen. Tegelijkertijd introduceert de staatssecretaris van onderwijs een ‘langstudeerboete. Studenten die zich in de breedte willen ontwikkelen, kunnen dat slechts doen als zij het instellingsgeld betalen. Met tarieven van minimaal 7.000 euro is dat geenszins toegankelijk. Bovendien wordt het hoger onderwijs geconfronteerd met de eis zichzelf sterker te profileren.

De marktwerking in het hoger onderwijs maakt van hogescholen concurrenten en zorgt daarmee voor het risico dat hogescholen een sterke focus leggen op opleidingen die een hoge instroom kennen. Die opleidingen brengen immers veel geld op. Kleinere opleidingen staan hierdoor onder druk. Daarnaast zorgt dat marktdenken voor veel sturing op snel afstuderen in verband met kostenbesparing.

De voornoemde ontwikkelingen dragen allemaal bij aan de economisering van het hoger onderwijs. Het hoger onderwijs dreigt nog verder terug te vallen naar een plaats waar slechts studiepunten gehaald worden. Het op deze manier terugbrengen van een opleiding tot de verzamelde gehaalde tentamens – liefst binnen de daarvoor gestelde vier jaar – gaat ten koste van de waarde die opleiden heeft. Naast kennisoverdracht ziet opleiden immers mede op jonge adolescenten te begeleiden naar volwassenheid. Deze persoonlijke ontwikkeling is moeilijk te kwantificeren, maar is noodzakelijk om goed te kunnen participeren als professional.

Critici kunnen stellen ‘Persoonlijke ontwikkeling doe je maar in je vrije tijd, daar betaalt de staat niet voor.’ Ik stel daartegenover: willen we het risico nemen dat studenten uit vrees voor een langstudeerboete of het betalen van instellingsgeld tussentijds met zijn studie stopt, en er vervolgens niet meer aan begint? Dit zal toch tenminste soms gebeuren. Wat blijft er dan over van onze kenniseconomie?

De vraag is wat er met alle ontwikkelingen overblijft van de maatschappelijke taak om studenten breed op te leiden en om studenten te begeleiden naar geëngageerde burgers. Wat blijft er over van het hoger onderwijs als vrijplaats voor experimenteel onderzoek en onderwijs, dat mogelijk niet direct aansluit bij de markt of de visie van de overheid maar wel van wezenlijk belang is voor de ontwikkeling van de samenleving. Of van het hoger onderwijs als plek voor minder prominente opleidingen met een hoge intrinsieke waarde? Hoe vrij is een onderwijsinstelling straks nog om zijn ideologie gestalte te geven in het aangeboden portfolio opleidingen?

Ik meen dat het tijd wordt ons gezamenlijk uit te spreken tegen de economisering van het hoger onderwijs, zodat we de opleiding weer van ons kunnen maken en de ontwikkeling van studenten niet terug hoeven te brengen tot het snel behalen van studiepunten. Het hoger onderwijs niet als leerfabriek, maar als instelling waar extra vakken om de studie te verbreden, extra werkervaring en culturele ontwikkeling voor iedereen mogelijk is. Kortom een hoger onderwijs waar de brede ontwikkeling van studenten leidt tot kritische professionals. De kwaliteit en inspiratie die daar van uit gaat zal van Windesheim in mijn ogen een leidende hogeschool maken.